Taal en humor

Homoniemen, woordgrappen, taalspelletjes. Taal en instructies bij andere vakken worden nog leuker als je als groepsleerkracht gedoseerde humor kan toepassen en tegelijk aan woordenschat kan werken. Humor is iets wat hoort bij onderwijs en bij het uitspreken van gewenst gedrag.

Woordenschat en humor

Woordenschat wordt onderschat en is een ongrijpbaar vakgebied, terwijl het wel hét fundament voor begrijpend en studerend lezen is. Naast de betekenis van een woord, hebben woorden ook een functie en kan de betekenis veranderen door de context in een zin of situatie.

Rookworst

Door kinderen continu te activeren een woord te analyseren, train je taalgevoel. Humor speelt daarin een belangrijke rol, want dat maakt taal leuk.

Hoe train je woordenschat?

Een veel gestelde vraag in de wandelgangen, waar ik het pasklare antwoord ook nog niet op heb gevonden.

WoordenschatEchter door mijn thuissituatie besef ik dat onze Nederlandse kinderen en te meer de kinderen met een taalachterstand een ernstige behoefte hebben aan taal!

Ik zie het dan ook als mijn plicht om kinderen onder te dompelen in taal. Ik probeer dat zoveel mogelijk ook met humor en woordgrapjes. Even tussendoor kan situatiehumor de taligheid erg prikkelen.

Een voorbeeld tijdens het omkleden bij de gym:

De jongens wilden met omkleden eerder klaar zijn dan de meisjes en waren zeer gemotiveerd.

“Kom op, niet kletsen maar doorkleren!”

Een enkeling vond kletsen net iets belangrijker waarop een van mijn leerlingen zei: “Kom op, niet kletsen maar doorkleren!” We hebben allemaal hartelijk gelachen, want zo hadden we een nieuw werkwoord ontdekt, waarvan de betekenis uitvoerig is besproken; namelijk dat ‘doorkleren’ ‘opschieten met omkleden’ betekent.

Een ander prachtig voorbeeld is onderstaande zin:

Opbrengstgericht-werken-banner

Afgezien van het feit dat het woord ‘lecht’ eerst wel goed geschreven was en er een hoofdletter en vraagteken ontbreekt, zorgde deze zin (besproken via het digibord) voor heel wat hilariteit als je de betreffende leerling complimenteert met een nieuwe ontdekking in de natuur. Sommige kinderen ontdekken dan al snel wat dat dan is door simpelweg de vraag te stellen: “Hoe doet die dat dan?”

Vanuit humor kun je dus ook kinderen activeren om kritisch te kijken naar hun eigen werk en te bekijken hoe zo’n zin kloppend gemaakt kan worden.

Praktijkvoorbeelden woordenschat:

Voorbeeld Rekenen: Wat betekent breuken?

Een eenvoudig voorbeeld is het woord ‘breuken’. Als je als leerkracht het woord ‘breuk’ of ‘breuken’ in betekenis niet aanbiedt, blijft het een term zonder betekenis. Door kinderen daadwerkelijk te laten breken, krijgt het woord een betekenis. De uiteindelijke vertaalslag maak je naar de rekenmachine waar het een rekenhandeling wordt die de handeling begripvol maakt door de kommagetallen.

Coördinaten, procenten, een dozijn, een gros, verhoudingen; het zijn woorden die geen betekenis hebben als je niet weet wat het is. Een goede uitleg en een betekenisvolle invulling ervan is noodzakelijk om te kunnen rekenen. Woordenschat hoort ook bij rekenonderwijs!

Voorbeeld Spelling: Hoor je aan het eind van een klankgroep aa, oo, uu? Dan schrijf je a, o, u.

Spellingsregels zijn heel leuk bedacht, maar wat heb je er aan als je als kind bijvoorbeeld niet weet wat een klankgroep is? Ik vind het dan ook niet zo gek dat het in de bovenbouw nog steeds zoveel fout wordt gedaan.

Voordat je naar die uitleg ervan kijkt, moeten kinderen weten wat klinkers en medeklinkers zijn en wat voor effect die op elkaar hebben in woorden en klankgroepen. De uitdaging die ik de kinderen geef is in tweetallen eerst eens te ontdekken wat een klinker daadwerkelijk is. En waarom heet een medeklinker dan medeklinker? Het woordje “mede” geeft aan dat een medeklinker met een klinker samen klinkt.

Woordenschat gaat heel ver, het is investeren in later. Ik probeer in mijn groep 4 daar dan ook de nodige tijd in te steken; op elk moment van de dag wanneer dat nodig is.

Voorbeeld taal/begrijpend lezen: Wat is een persoonlijk voornaamwoord?

Er is niets zo abstract als een term dat taal inzichtelijk zou moeten maken. Zie het maar eens te ontdekken als je niet weet wat een persoonlijk voornaamwoord is. Het is saai en kent totaal geen functie op het moment dat je dat alleen bespreekt. Kinderen moeten daarom weten wat het woord betekent en wat persoonlijk voornaamwoorden doen; verwijzen naar personen in een tekst.

Met taal kritisch worden

Ontbijt-op-bedAls leerkracht moet je voortdurend alert zijn op de functie van onze taal. Voor een kind is niets vanzelfsprekend. Dat wordt het wel als je kinderen kritisch leert kijken. Leuke taalspelletjes bijvoorbeeld waarin ze woorden kunnen vervangen en uitgedaagd worden fouten te ontdekken stimuleert het kritisch denken als voorloper op een kritische kijk op eigen werk.

Nog 1 voorbeeld:

Onlangs kwamen in groep 4 de termen ‘meervoud’ en ‘enkelvoud’ aanbod tijdens een taalopdracht. Als kinderen niet weten wat het woord ‘enkel’ nog meer betekent dan alleen het lichaamsdeel boven je voet wordt het al heel lastig om de taalopdracht zelfstandig te maken. Over het woorddeel ‘voud’ nog niet gesproken.

Kritisch kijken naar eigen werk geldt ook voor de groepsleerkracht. Doen we met zijn allen niet te weinig aan woordenschat? Is woordenschat niet te onderschat?